Testgebruik en kwalificatieniveaus

Testgebruik en kwalificatieniveaus

1 Wat is het verschil tussen T-scores en percentielscores?

De uitkomsten van tests worden vaak omgezet naar T-scores of percentielen. Hoewel ze voor een vergelijkbaar doel gebruikt worden, zijn dit twee heel verschillende maten. Hierover bestaat nog wel eens verwarring.

Om de uitkomsten van een test of vragenlijst te kunnen interpreteren, moeten de behaalde scores eerst worden omgescoord. De scores alleen optellen is niet genoeg: je kunt de uitkomst op een schaal met veel vragen dan niet vergelijken met een schaal met weinig vragen. Bovendien gaat het bij de meeste tests niet om de absolute hoogte van de score, maar om het resultaat ten opzichte van andere mensen. Daarom worden er normgegevens verzameld. Door de test bij een groot aantal mensen uit een groep af te nemen, kan er een frequentieverdeling voor de scores worden gemaakt: je stelt voor elke score vast hoeveel mensen uit de groep die score behalen. Om vervolgens van een specifieke kandidaat aan te geven waar zijn score op de frequentieverdeling ligt, kun je percentielen of T-scores gebruiken.

Percentielen: Met percentielen wordt aangegeven hoeveel procent van de mensen in de normgroep een score had die gelijk aan of lager dan die van de kandidaat was. Stel bijvoorbeeld dat een kandidaat een ruwe score van 15 haalt en dit correspondeert in de normgroep met percentiel 80, dan betekent dit dat 80 procent van de normgroep een score had van 15 of lager.

Bij een ‘normaal verdeelde’ normgroep halen veel mensen een score die rond het gemiddelde ligt, terwijl relatief weinig mensen een heel hoge of lage score halen. Dit heeft tot gevolg dat veel van de percentielscores dicht bij de gemiddelde score liggen; daardoor zijn alleen de heel hoge of lage percentielen interessant. Het gevolg is ook dat de afstand tussen percentielen niet altijd hetzelfde betekent.

T-scores: Een T-score is een gestandaardiseerde score met een gemiddelde van 50 en een standaardafwijking van 10. T-scores komen ook voort uit de frequentieverdeling van de normgroep, maar hebben als voordeel dat ze zich als een ‘intervalschaal’ gedragen: het verschil tussen bijvoorbeeld T-score 30 en 35 is even groot als het verschil tussen 45 en 50, en de helft van het verschil tussen 60 en 70.

Over het algemeen worden T-scores tussen de 40 en de 60 als gemiddeld gezien, T-scores tussen 30 en 40 en 60 en 70 als beneden/boven gemiddeld en T-scores van 30 of lager en 70 of hoger als laag/hoog. Dit kan per test verschillen; uiteindelijk is het de psycholoog die beoordeelt hoe een score geïnterpreteerd moet worden.

2 Is goedkeuring van de COTAN verplicht?

Vaak krijgen wij van klanten de vraag of een test is goedgekeurd door de COTAN, omdat dat verplicht zou zijn. Aan die vraag zitten twee kanten: wat is een COTAN-goedkeuring en bestaat er een wettelijke verplichting om bepaalde tests te gebruiken?

De COTAN keurt tests niet goed of af. Wel beoordeelt de COTAN de kwaliteit van tests op zeven criteria: theoretische achtergrond, kwaliteit van het testmateriaal, kwaliteit van de handleiding, normen, betrouwbaarheid, begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit. Het doel hiervan is om testgebruikers te helpen bij het kiezen van een instrument. Een psycholoog kan goede redenen hebben om een test te gebruiken die op één of meerdere onderdelen onvoldoende scoort, bijvoorbeeld omdat er geen ander instrument beschikbaar is of omdat het als onvoldoende beoordeelde aspect (zoals normering) in een bepaald geval minder relevant is.

3 Wanneer en door wie kunnen de tests van Hogrefe gebruikt worden?

Tests en vragenlijsten worden veelal gebruikt om beslissingen over mensen te onderbouwen. Bijvoorbeeld beslissingen over een diagnose, over een behandeling, over geschiktheid voor een baan. Wie daar een test bij gebruikt moet dat uiterst zorgvuldig doen. Zowel de testauteur, de uitgever als de gebruiker hebben daar een rol in.

Voor professionele richtlijnen omtrent testgebruik verwijzen we graag naar de Standaard Testgebruik zoals het NIP die heeft vastgesteld.

We gaan ervan uit dat de gebruikers van tests en vragenlijsten moeten beschikken over voldoende professionele kennis over het gebruik en de interpretatie van psychologische tests. Bij iedere test staat vermeld wat het bijbehorende kwalificatieniveau is. Wanneer u voor het eerst een test met kwalificatieniveau B (zie onder) bestelt, dient u vast te leggen dat u voldoende gekwalificeerd bent.

Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van het gebruik van de tests of van handelen of nalaten dat is gebaseerd op informatie die met behulp van tests is verkregen.

4 Wat houdt het kwalificatieniveau in?

Om u te ondersteunen in uw afweging, of u voldoende gekwalificeerd bent voor een bepaalde tests onderscheiden we twee kwalificatieniveaus. In onze productinformatie vermelden we welk kwalificatieniveau nodig is bij iedere test.

NIVEAU A  Geen specifieke opleidingseisen. In het algemeen van toepassing bij schooltoetsen, interessetests en bepaalde screeningsvragenlijsten.

NIVEAU B   Ruime kennis van testconstructie, toepassing en interpretatie. Verkregen door

  • een master of doctoraal psychologie, (ortho)pedagogiek, bij voorkeur met aantekening diagnostiek
  • een bachelor toegepaste psychologie (hbo), mits in de opleiding ruime ervaring is opgedaan met afname en interpretatie van psychologische tests
  • afgeronde opleiding tot psychiater
  • andere opleidingen en werkervaring die tot dit kennis- en ervaringsniveau leiden

Over het algemeen is niveau B van toepassing voor persoonlijkheidsvragenlijsten, intelligentiemeting, paramedische tests en neuropsychologische diagnostiek.