SON-R 6-40

Vragen over de SON-R 6-40 niet-verbale intelligentietest

1 Hoe ga ik om met significante verschillen tussen subtests?

Het is goed om er bewust van te zijn dat verschillen tussen subtestscores normaal zijn en zeker niet uitzonderlijk of reden om de testuitkomsten in twijfel te trekken. Naarmate de betrouwbaarheid van de subtest toeneemt zullen de geconstateerde verschillen eerder significant zijn. Als de verschillen erg extreem zijn dan is het natuurlijk wel goed om je af te vragen of daar een specifieke verklaring voor is die de uitkomst van een of meer subtests minder valide maakt.

De verklaring zou kunnen liggen in een ongunstige testsituatie (lawaai, onderbreking), verminderde motivatie of concentratie, of specifieke eigenschappen van de deelnemer. Zo bleek bij het normeringsonderzoek dat bepaalde groepen allochtonen relatief lager scoorden op Mozaïeken en Patronen.

Bij extreme verschillen tussen de subtests is het goed daar melding van te maken (zonder dat hier een diagnostisch oordeel aan wordt verbonden) en verder gewoon het IQ te berekenen en interpreteren. Indien met reden getwijfeld wordt aan de validiteit van de afname van een subtest dan kan deze bij de berekening van het IQ buiten beschouwing worden gelaten.

2 Waarom krijgt een volwassene die op Patronen alles goed doet, toch niet de maximale score?

Dit is het gevolg van een plafondeffect bij de oudere leeftijdsgroepen. Bij kandidaten tot 18 jaar is dit effect niet zichtbaar, maar bij oudere kandidaten wel.

Doordat relatief veel volwassenen bij Patronen de maximale score halen, is het bij hen moeilijker om te differentiëren tussen de hoogste IQ-scores. Het gevolg is dat de maximale genormeerde score op Patronen voor volwassenen 13 is.

Dit leidt ertoe dat het maximale IQ bij mensen boven de 18 geen 145 maar 140 is. Dat is ruim boven de grens van 130 die wel wordt gehanteerd om "zeer begaafd" of 'hoogbegaafd' aan te duiden, dus het zal in de praktijk voor weinig problemen zorgen.


3 Wat zijn argumenten om de SON-R 6-40 te verkiezen boven de WISC?

Met de WISC-III en IV correleert de SON-R 6-40 hoog (correlatie van .80), waaruit blijkt dat deze tests goed vergelijkbaar zijn. De SON-R 6-40 is echter veel korter en kan binnen een uur worden afgenomen, terwijl de WISC-III al snel anderhalf uur duurt. Beide tests hebben ook een ongeveer even hoge relatie met taal en rekenen op school.

De WISC-III heeft een voldoende normering, maar scoort in het oordeel van de COTAN beduidend lager (3x goed, 3x voldoende, 1x onvoldoende tegenover 6x goed en 1x voldoende). Bovendien doet de WISC-III een beroep op taal, waardoor deze test geen eerlijk beeld van de intelligentie geeft bij kinderen met ontwikkelings- of communicatieproblemen en bij anderstalige kinderen. De SON-R 6-40 heeft dit nadeel niet.

Concluderend kan gezegd worden dat het beide tests zijn voor de algemene intelligentie van kinderen, maar dat de SON-R 6-40 in veel minder tijd kan worden afgenomen en vooral beter geschikt is bij kinderen met taal- of communicatieproblemen.

4 Wat is de COTAN-beoordeling van de SON-R 6-40?

De COTAN heeft de SON-R 6-40 als volgt beoordeeld:

* Voor de leeftijdsgroep 18-40 jaar is het oordeel "voldoende" omdat voor die leeftijdsgroep minder validiteitsonderzoek beschikbaar is dan voor de groep van 6-17 jaar.

5 Waarin verschilt de SON-R 6-40 van de WNV?

Er zijn zowel overeenkomsten als verschillen tussen de nieuwe SON-R 6-40 en de Wechsler Non Verbal (WNV-NL). Het zijn beide niet-verbale intelligentietests, en uit onderzoek blijkt dat uitkomsten op beide tests redelijk hoog correleren (r = .78).

Het belangrijkste verschil tussen beide tests is dat bij de afname van de SON wel gesproken kan worden (hoewel het niet nodig is). Bij de WNV verloopt de gehele afname door middel van pictogrammen. Hierdoor is de testsituatie bij de SON natuurlijker dan bij de WNV.

Een ander verschil is dat de subtests van de WNV onderling sterk verschillen, terwijl de subtests van de SON meer samenhang vertonen. Dit maakt de ene test niet perse slechter dan de andere, maar het zorgt wel dat de totaalscore van de SON gebaseerd is op een duidelijker afgebakende set begrippen dan die van de WNV.

Uit onderzoek is verder gebleken dat de uitkomsten op de WNV weinig verschillen van de uitkomsten bij de oude SON-R 5½-17. Dit is opvallend, aangezien de normen van de SON-R 5½-17 inmiddels als verouderd zijn beoordeeld. Dit lijkt erop te wijzen dat de WNV in sommige gevallen een te hoge score oplevert.
De SON-R 6-40 is in september 2011 verschenen en heeft dus actuele normen.

Een laatste verschil is de grotere leeftijdsrange van de SON-R 6-40: deze is genormeerd t/m 40 jaar. Dat is een groter leeftijdsbereik dan de normen van de WNV, die tot 21 jaar lopen.

Verwijzingen naar de onderzoeken waarover hier gesproken wordt zijn te vinden elders op onze website en via de website van de auteurs van de SON-R tests.