SCIL

Vragen over de SCIL - Screener voor intelligentie en licht verstandelijke beperking

1. Ik ben jongerencoach/reclasseringswerker/ huisarts /…. Kan ik de SCIL zelf afnemen of is dit iets voor de gedragswetenschapper?

Voor het gebruik van de SCIL-vragenlijsten zijn geen speciale kwalificaties vereist. Wel moet de persoon die de SCIL afneemt goed bekend zijn met de instructies zoals beschreven in de handleiding en op de instructiekaart, en de vragenlijst precies volgens het protocol afnemen. Het is dus niet nodig dat de afnemer een gedragsdeskundige of testpsycholoog is. 

2. Bij wie gebruik ik de SCIL? Bij cliënten bij wie ik twijfel over het IQ of bij al mijn cliënten?

Het beperken van het gebruik van de SCIL tot twijfelgevallen kent risico’s. We weten uit de praktijk dat een LVB vaak niet herkend wordt. Het doel van de SCIL is onder meer om juist die mensen bij wie de LVB altijd over het hoofd wordt gezien verder te helpen. Bij hen wordt er vaak juist niet getwijfeld. Wij raden organisaties om die reden doorgaans aan te overwegen of het niet beter is de hele cliëntenpopulatie te screenen. Dit kan ook de weerstand bij cliënten verlagen: je neemt de SCIL dan niet af omdat je een probleem vermoedt bij deze specifieke cliënt, maar omdat dit bij iedereen gebeurt. 

3. In hoeverre wordt er binnen de SCIL rekening gehouden met cognitieve problemen die voortkomen uit iets anders, zoals NAH of psychische klachten?

De SCIL geeft een indruk van het functioneren van de cliënt op het moment van afname. De korte vragenlijst geeft geen inzicht in de oorzaken voor verminderd functioneren. Om die reden wordt er dan ook gesteld dat de SCIL leidt tot ‘een vermoeden van functioneren op het niveau van LVB’. Dit vermoeden kan leiden tot de behoefte aan verdere diagnostiek om vast te stellen dat daadwerkelijk sprake is van een LVB, waarbij ook verder gekeken wordt naar oorzaken. In sommige situaties helpt de uitkomst van de SCIL al wel bij het duiden van bepaald gedrag van de cliënt. 

4. Wat is het verschil tussen de SCIL 14-17 en de SCIL 18+?

Beide instrumenten zijn op hoofdlijnen hetzelfde. Bij de SCIL 14-17 worden de respondenten aangesproken met ‘jij’ in plaats van ‘u’. Bovendien wordt bij de jeugd gevraagd naar de huidige opleiding in plaats van de hoogst afgeronde opleiding. Ten slotte gelden er voor de verschillende leeftijdscategorieën verschillende afkapscores. 

5. Tot welke leeftijd kan de SCIL gebruikt worden? 

De SCIL 18+ kent geen bovengrens. De gemiddelde leeftijd van de 318 respondenten in het valideringsonderzoek naar de SCIL 18+ was 31.5 jaar (standaarddeviatie=13.1 jaar). Er is geen reden om aan te nemen dat de SCIL18+ bij een bepaalde leeftijd minder betrouwbaar is. 

6. Op welk moment zet je de SCIL in? Aan het begin/eind van je gesprek? Bij eerste kennismaking of later?

Dit zal afhangen van de context. Het kan de medewerking in sommige situaties bevorderen wanneer de professional en de cliënt elkaar al gesproken hebben. Afname van de SCIL aan het begin van het gesprek kan daarentegen voorkomen dat het gesprek verkeerd ingestoken wordt doordat de professional zich onvoldoende bewust is van de mogelijke aanwezigheid van een LVB. 

7. Zijn er randvoorwaarden waaraan voldaan dient te worden bij afname? (Ruimte, relatie professional, cliënt stresslevel, etc.?) 

Van de afnemer wordt verwacht dat deze voor afname de handleiding goed doorneemt en enige malen oefent. Voor gebruik tijdens de afname is in het SCIL startpakket een losse instructiekaart beschikbaar (zowel voor de SCIL 18+ als de SCIL 14-17) met een stapsgewijze uitleg van de afname. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat er géén analoge klok of horloge zichtbaar tijdens de afname. Het spreekt voor zich dat een rustige ruimte de betrouwbaarheid van de afname ten goede zal komen. Een cliënt die in een stressvolle situatie zit of psychische problemen heeft, zal vermoedelijk lager presteren op een cognitieve test. De bevindingen moeten dan met zorg geïnterpreteerd worden. Er zijn geen eisen met betrekking tot de relatie tussen de cliënt en de afnemer: de vragen zijn niet persoonlijk en instructies met betrekking tot de interpretatie zijn helder, zodat een relatie vooraf niet nodig is, en tevens wordt vermoed dat een bestaande relatie de uitslag niet zal beïnvloeden. 

8. Zijn er redenen om de afname halverwege te stoppen? 

Anders dan een weigering lijkt er geen reden te zijn om de afname te stoppen. Als iemand traag is, is dat in ieder geval geen reden; stoppen zou dan ook slecht kunnen zijn voor het zelfbeeld van de cliënt die het gevoel kan hebben dat hij heeft gefaald. 

9. Hoeveel tijd kost het om de SCIL af te nemen en te verwerken? 

Afname van de SCIL kost 10-15 minuten. Vanzelfsprekend kost het daarnaast tijd om een inleidend gesprek te voeren met de cliënt, de SCIL-score uit te rekenen, en kort met de cliënt te bespreken wat de uitkomst is. De ervaring leert dat dit hele proces circa 30 minuten in beslag neemt. Het berekenen van de score op de SCIL is heel eenvoudig: de antwoorden die worden opgeschreven op het antwoordvel drukken door op een onderliggend scorevel, waarbij steeds duidelijk wordt beschreven welke antwoord hoeveel punten krijgt. Op die manier is heel snel en gemakkelijk te berekenen wat de totaalscore is. 

10. Is er ook een digitale versie van de SCIL?

Er is ook een digitale versie van de SCIL beschikbaar. U krijgt dan een account waarmee u de SCIL gemakkelijk digitaal kunt afnemen en scoren. Bij voorkeur op een telefoon of tablet, op een computer kan eventueel ook. U leest de vragen dan voor vanaf scherm en klikt zelf de antwoorden aan. De cliënt maakt een aantal opdrachten op papier die u direct digitaal beoordeelt. Het opdrachtformulier voor de cliënt kunt u downloaden van de SCIL website. Na afloop krijgt u meteen te uitslag te zien.