BRIEF vragenlijsten

Vragen over de BRIEF vragenlijsten

1 Executieve functies bij 5-jarigen: BRIEF of BRIEF-P?

De ontwikkeling van de executieve functies is een langdurig proces, dat doorloopt tot in de jongvolwassenheid. Peuters en kleuters beschikken over basale vormen van executieve functies, zoals het vermogen om korte tijd de aandacht vast te houden, een beperkte hoeveelheid informatie te onthouden en (tot op zekere hoogte) impulsen te onderdrukken. Naarmate kinderen ouder worden kunnen zij zich steeds beter aanpassen aan hun omgeving en leren daarbij emoties en gedrag te reguleren.

De BRIEF-P is ontwikkeld om die executieve functies in kaart te brengen, die bij peuters en kleuters al meetbaar zijn. Zo worden er wel vragen gesteld over bijvoorbeeld inhibitie en emotieregulatie, maar bijna niet over gedragsevaluatie. Ook bij de formulering van de items is specifiek naar gedrag gevraagd dat kenmerkend is voor peuters en kleuters.

Hieruit volgt dat voor het vaststellen van de executieve functies van een vijfjarige over het algemeen het beste de BRIEF-P kan worden gebruikt. De vragen en uitkomsten hiervan zijn het meest specifiek voor deze leeftijds-categorie.

Het kan echter voorkomen dat er problemen zijn die specifiek op school voorkomen. In dat geval is het goed om de BRIEF leerkracht-vragenlijst af te nemen; van de BRIEF-P is alleen een vragenlijst voor ouders beschikbaar. Wanneer ervoor gekozen wordt om de leerkrachtvragenlijst te laten invullen, verdient het de voorkeur om ook de ouders de BRIEF (in plaats van de BRIEF-P) voor te leggen. Op die manier zijn de beoordelingen door de leerkracht en de ouders het beste te vergelijken.

2 Waarom lopen de normen van de Leerkrachtvragenlijst maar tot en met 11 jaar?

Bij het verschijnen van de nieuwe BRIEF normen in juni 2012 is ervoor gekozen de Leerkrachtnormen van 5 tot en met 11 jaar te laten lopen. Het bleek dat leerkrachten in het voortgezet onderwijs een minder duidelijk beeld hebben van het executief functioneren van hun leerlingen. Waarschijnlijk doordat zij minder uren per week contact hebben met hun leerlingen.

Tegelijk met de nieuwe normen is de BRIEF Zelfrapportage verschenen, geschikt voor jongeren van 11 tot en met 17 jaar. Hiermee zijn er voor elke leeftijdsgroep twee varianten van de BRIEF beschikbaar.

3 Hoe interpreteer ik T-scores van 60 of hoger?

Voor alle schalen en indices van de BRIEF-vragenlijsten geldt:

  • Een T-score lager dan 60 kan als normaal getypeerd worden.
  • Een T-score tussen 60 en 65 kan beschouwd worden als subklinisch: hoewel de score niet direct klinisch relevant hoeft te zijn, vormt het wel degelijk een aandachtsgebied voor de clinicus (en bij de behandeling dient er met deze gebieden dus wel rekening gehouden te worden).
  • Een T-score van 65 of hoger wijkt kan geclassificeerd worden als klinisch: een score in dit gebied wijkt dusdanig af van de gemiddelde score in de normgroep, dat met een dergelijke score (potentiĆ«le) klinische relevantie wordt aangeduid. Bij schalen en indices met deze scores dient de clinicus op basis van de analyse van de individuele items na te gaan welke situaties verhoogde itemscores opleveren. Hier kan vervolgens in de behandeling rekening mee gehouden worden.

4 Ik voldoe niet aan het kwalificatieniveau maar wil wel graag de executieve functies van een kind meten.

In dat geval raden we aan om de BRIEF Screener te gebruiken. De BRIEF Screener is ontwikkeld voor gebruik in onderwijs en gezondheidszorg, maar kan ook in wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. De BRIEF Screener kan gebruikt worden om een globaal beeld te krijgen, maar aanvullend onderzoek (met bijvoorbeeld de BRIEF) is vereist om de specifieke sterke en zwakke kanten vast te stellen.